’s Morgens zijn we al bijna volledig gepakt en gezakt. De laatste hand wordt gelegd aan het inpakken van het trommeltje en het schilderijkader dat we vervoeren voor Luc en Majo, en dan is het echt afscheid van iedereen alvorens we een special hire nemen naar Entebbe. We gaan niet meteen naar de luchthaven, maar kiezen als tussenstop nog voor het Windsor Lake Victoria Hotel. Om er nog eens lekker te eten maar vooral omdat je daar als toerist je spullen even in de bagageruimte mag achterlaten. Handig voor ons want wij willen nog even naar de zoo. Of officieel: het Uganda Wildlife Educatioin Centre, maar geen enkele bodaboda-bestuurder die weet wat dat is. We zien er kraanvogels, krokodil, otter, leeuw, neushoorn, chimpansee én niet te onderschatten: vervet monkeys. Een groep Amerikaanse toeristen heeft speciaal een zak bananen gekocht om aan de aapjes te voederen, wat in principe niet toegestaan is … maar we kunnen er wel enorm goede foto’s door maken.
De belangrijkste reden om naar de zoo te gaan was echter natuurlijk om de fameuze shoebill toch eens in het echt te kunnen zien. En het was de moeite, onder andere omdat we hebben kunnen bijwonen dat de dieren gevoederd werden.

Dan leert een blik op ons horloge dat het stilaan tijd wordt om te vertrekken. De souvenir-shop van het Windsor wordt nog eens bekeken in afwachting van onze taxi naar de luchthaven. In de vertrekhal daar proberen we nog een typisch Afrikaans hemd in onze maten te vinden, maar die poging wordt snel gestaakt. Inchecken dan maar, en zeker niet ons goed humeur vergeten want de komende 14 uur brengen we door op luchthavens en in vliegtuigen: twee uur wachten voor vertrek van de vlucht uit Entebbe, twee uur vliegen naar Ethiopië, op de luchthaven van Addis Abbeba 3 uur wachten en dan 9 uur vliegen naar Brussel met een uur tussenstop in Parijs.
Belgium, here we come met al onze mooie verhalen!
24 juni 2007 at 1:57 pm |
Mooi verslag, Werner ! Toch een beetje spijt dat ik er de laatste week niet meer bij was …