Voor we naar Mabamba Swamps vertrekken gaan we nog naar het centrum om de ‘old market’ te bezoeken. Met matatu en boda-boda (motorfiets-taxi) zijn we er snel. De eindeloze aaneenschakeling van kraampjes met velerlei produkten (schoenen, kleren, elektrische apparatuur, fruit,…), de drukte, de manier waarop de verkopers hun waren aanprijzen: het is allemaal even wonderbaarlijk om te zien. De markt is zo’n wirwar dat je er bijna verloren loopt. We kopen een ananas (want vooral ik ben ondertussen verslaafd aan deze heerlijke vrucht) en een kalebas (als cadeau voor het capoeira-snaarinstrument van Majo). We vragen ons even af of we hier al de switches uit de auto’s van Luc en Koen zouden kunnen terugkopen…
De swamps dan: dit moerasgebied bestrijkt 100 vierkante kilometer, en is gelegen ten noorden van het Victoria-meer. Naar verluidt is het de meest betrouwbare plek in gans het land voor het zien van de shoebill-vogel. Dit is een prehistorisch uitziend beest met een snavel ter grootte van een stevige maat 45, en hij is bijzonder zeldzaam. In Murchison Falls hebben we tevergeefs uitgekeken naar het dier, tijdens zijn tocht door het Bigodi Wetland Sanctuary heeft Dimi evenmin geluk gehad. Ook ik heb de smaak te pakken gekregen van de foto-jacht op dit unieke dier, dus deze zondagse daguitstap staat bijna volledig in het teken van de shoebill. Voor de rit naar het moeras kunnen we gebruik maken van de auto van Koen, die ook een van zijn vrachtwagenchauffeurs die een centje wil bijverdienen heeft uitgezocht.
Opvallend bij de heenrit is dat heel wat van de auto’s die ons tegemoet rijden met een paar grote tilapia-vissen vooraan vastgebonden, de plaatselijke manier om ze tijdens het transport zo koel mogelijk te houden. Er foto’s van nemen lukt jammer genoeg niet echt, omdat we de ramen niet openkrijgen wegens de ontbrekende switches. Het laatste stuk van de weg naar Mabamba is prachtig, maar dat is nog niets vergeleken met de schoonheid van het moeras zelf. We huren ter plekke een houten kano met roeier die ons naar de plaatsen vaart waar we veel kans hebben om de shoebill te zien. Aan een droge plek in het moeras worden we geconfronteerd met het schamelste rieten hutje dat we ooit hebben gezien en dat toebehoort aan een plaatselijk vissersgezin. Aan de dikke buikjes van de kinderen te zien is het met hun gezondheid niet zo goed gesteld…

Of het aan de zware militaire helicopter ligt die toertjes vliegt over het moeras of we gewoon pech hebben, de shoebill krijgen we jammer genoeg niet te zien. We hebben wel heel wat andere zeldzame vogels gespot (stork, kingfisher, warbler – voor de details én betere foto’s verwijs ik graag door naar vogelkenner Dimi).

In het begin van de terugrit hangen we een hele tijd achter een vrachtwagen die zwaar geladen is met ananas die we hadden zien toekomen per kano vanuit de eilanden op het Victoria-meer. De vrachtwagen krijgt het zwaar te verduren op de hobbelige wegen, en het is een klein wonder dat er geen enkele ananas afdondert. Na veel gesukkel kunnen we voorbijsteken en kunnen we een beetje doorrijden. De rit is lang, het verkeer bij aankomst in Kampala is bijzonder druk én daarbovenop valt de motor van de jeep om onverklaarbare redenen een paar keer stil. Achteraf blijkt dat dit te maken heeft met de koppeling, en de wagen moet dan ook de volgende dag meteen naar de garage. Pech voor de tweede dag op rij dus voor Koen.
Nog een anecdote in verband met de aankomst bij Koen die avond: het is gebruikelijk dat je gewoon claxonneert als je aan de poort toekomt, en dan komt de bewaker opendoen. Na 4 keer toeteren komt Koen echter zelf opendoen en hij doet teken dat we stil moeten zijn. Wat natuurlijk moeilijk kan met zo’n zware jeep, maar we begrijpen al snel wat hij bedoelt wanneer de chauffeur parkeert pal voor de bewaker die buiten op zijn stoel is ingedut. De enkele keren dat Koen vlakbij de oren van de bewaker in de handen klapt om hem te wekken zijn tevergeefs, hij moet echt wakker geschud worden. Nog een gevolg van een te lang uitgelopen feestje na de overwinning van Oeganda?
We nemen definitief afscheid van Koen en Ingrid, en aangezien het al ver na etenstijd is gaan we alleen op pad voor een hapje. Het wordt Bamboo’s Nest vlakbij Bugolobi market. Er wordt heel leuke muziek gespeeld, maar we hebben niet echt zin om het laat te maken. Morgen vertrekken we terug naar huis, en er moet dus nog wat ingepakt worden. Omdat we in totaal 40 kilo mogen meenemen, gaan er ook een aantal spullen van Luc en Majo mee naar België én zelfs wat dingen die Dolly heeft achtergelaten bij zijn terugkeer naar Kenia.