Niet te laat opstaan vandaag, want er wacht ons een stevige wandeling langs de verschillende watervallen. Te beginnen bij de grootste, waar het water maar liefst 97 meter naar beneden tuimelt. We kiezen voor avontuur, want eens aan de top aangekomen is het plan om helemaal naar beneden te abseilen/rappellen… Ik heb ooit al wel iets dergelijks gedaan maar terwijl ik de eerste stappen naar beneden zet moet ik toch effe slikken. Echt hoog hoor! De eerste 30 meter is het vlotjes aflopen langs de rotswand, maar voor de rest van de rit hang je in het luchtledige. Uiteraard wel goed gezekerd door 3 begeleiders van bovenaf!
De rappel duurt uiteindelijk slechts iets van een tien-vijftien minuten, en het is een heel leuke zij het toch behoorlijk vermoeiende ervaring. Iets minder leuk misschien voor onze gids Alex, wiens eerste keer dit is maar die het toch bijna letterlijk op zijn sloefen (losse sandalen) wil doen. De rappel-begeleider zegt hem dat het dan veiliger is om op blote voeten te doen en houdt de sandalen boven, om hem de sandalen na aankomst toe te werpen – wat buiten de impact van de wind gerekend is. Ondanks een uitgebreide zoektocht temidden van de drijfnatmakende watermist van de waterval blijkt één sandaal niet meer terug te vinden, zodat de arme Alex gedwongen is om het vervolg van de tocht aan te vatten op enkel de linkersandaal. Maar achteraf gezien zal hij er verrassend weinig hinder van ondervinden, want meerdere malen krijgen Dimi en ik hem met onze straffe Lowa-bottinnen niet bijgebeend.
Vervolgens banen we ons een weg door een bananenplantage naar een grot waar veel vleermuizen zitten. Voor Dimi is dat als bioloog én batlover bijzonder interessant, dus er wordt natuurlijk alles aan gedaan om van deze beestjes fatsoenlijke foto’s te proberen maken. Niet zo eenvoudig blijkbaar omdat de infraroodsensor van zijn flits wat koppig doet, maar uiteindelijk lukt het toch.
De overige watervallen zijn minder spectaculair maar niet minder mooi. Opmerkelijk onderaan de tweede waterval is dat een enorm groot stuk van het zouthoudende gesteente in de loop der jaren ontgind is door de boeren om aan hun vee te geven. Eens bovenaan de waterval gekomen meen ik toe te zijn aan een verfrissende zwempartij in een natuurlijk zwembad van de rivier, maar ondanks de hitte valt de temperatuur van het water behoorlijk tegen: ik ben er dan ook héél rap terug uit.
De weg naar waterval nummer drie loopt door allerlei banaanplantages en kleine nederzettingen, dus uitstekende gelegenheid om de ogen open te trekken om te weten te komen hoe de gewone mensen er leven. Honger lijden zullen ze er wel niet doen, maar het blijft echt een enorm simpel bestaan. In tegenstelling tot de andere plaatsen die we al bezocht hebben, zijn de kinderen er blijkbaar veel meer timide: geen ge-ren richting toeristen om te lachen en te wuiven en ‘muzungu’ te roepen
Inclusief middag- en andere pauzes heeft de tocht 5 à 6 uur geduurd als we terug in onze lodge aankomen. De 3 liter water die ik bij me had is volledig op… dus er moet bijgetankt worden met de ondertussen bekende Club. Aan het tafeltje buiten worden we al snel vervoegd door wat werkvolk dat in de lodge bezig is geweest, en dat leidt tot interessante gesprekken. Een van de kerels blijkt een ontluikend liefhebber van mineralen te zijn, want zijn aandacht wordt getrokken door een steen met zoutkristallen die ik aan de vleermuis-grot heb gevonden. Of ik hem kan helpen met het identificeren van een aantal recente vondsten? Oei, ik val gigantisch door de mand maar beloof bij thuiskomst toch eens voor hem mijn licht op te steken in een speciaal boek.
